De school als bouwheer
Gids voor kwaliteitsvolle schoolarchitectuur
Auteurs: Kristiaan Borret, Greetje Lathouwers, Paul Mahieu, Anne Malliet, Sofie Troch, Maarten Van Den Driessche, Ilse Van Heddegem
Jaartal:
Uitgever:
ISBN:
Voorstelling van het boek
Dat de Vlaamse scholen een grote ‘bouwnood’ kennen, is het understatement van de eeuw. Om aan deze nood tegemoet te komen, nam de Vlaamse Regering in 2006 twee beslissingen: vanuit de reguliere financiering jaarlijks meer middelen investeren in schoolgebouwen en een eenmalige financiële inhaalbeweging via publiek-private samenwerking (PPS). Meer scholen zullen aldus ruimte krijgen om hun bouw- en verbouwplannen werkelijkheid te zien worden. Ook zonder financiële krapte is er een probleem. Vaak bestaat er een discrepantie tussen de infrastructuur (schoolgebouw, klaslokaal, klasinrichting) en de maatschappelijke (bv. brede school) en onderwijskundige ontwikkelingen (bv. het toenemend belang van meer leerlinggerichte werkvormen, het vak- en klasdoorbrekend werken en het inclusief onderwijs. Het is dus de hoogste tijd om grondig na te denken over de rol die het schoolgebouw van de eenentwintigste eeuw speelt in de maatschappij, in de lokale gemeenschap en in het onderwijsveld.
Maar doorgaans ontbreekt het schooldirecties en -besturen aan tijd om zich inhoudelijk te verdiepen in het onderwerp. Bovendien voelen ze zich vaak onvoldoende competent om het bouwproces van een school te leiden en hun ideeën in de juiste technische taal te communiceren naar de architect toe. Daarom dit boek.
Het boek wil schooldirectie, -bestuur en -team inhoudelijk sterker maken als partners in een ontwerp- en bouwproces. Dat gebeurt door een overzicht van het volledige proces en een reeks aandachtspunten voor het opstellen van een programma van eisen en wensen. De verantwoordelijkheid voor een kwaliteitsvol schoolgebouw wordt op die manier mee in handen van de schooldirecties en het schoolteam gelegd.
Het is in Vlaanderen meer dan 30 jaar geleden dat er nog een globaal en inhoudelijk werk over het thema schoolinfrastructuur verscheen (A.F. Van Bogaert, Logica en Actie in de Scholenbouw, 1972). Aan deze ‘bouwnood’ komt dit boek tegemoet.
Het boek “De school als bouwheer. Gids voor kwaliteitsvolle schoolarchitectuur” bekijkt het bouwproces zowel in de tijd als in de ruimte. In het eerste deel van het boek beschrijven Anne Malliet en Sofie Troch, medewerkers Vlaams Bouwmeester, de verschillende stappen van het bouwproces. Het tweede deel gaat dieper in op de achterliggende visie van de schoolarchitectuur. Dat gebeurt op vier schaalniveaus: de omgeving, het domein, het gebouw en de kamer.
De omgeving (Kristiaan Borret)
Elk schoolgebouw is ingebed in een bepaalde omgeving en het schoolgebeuren beïnvloedt ook deze omgeving. Wanneer men een school bouwt of verbouwt, moet men rekening houden met de kenmerken van de schoolomgeving. Kwaliteitsvolle architectuur isoleert zich niet van de omgeving, maar speelt er op in en streeft er zelfs naar ze te verbeteren. De vroegere tweedeling tussen stadsscholen en plattelandsscholen vervaagt en we krijgen te maken met ‘mengvormen’. Twee aspecten zijn heel belangrijk bij de stedenbouwkundige benadering van de ruimtelijke relatie tussen school en omgeving: de locatie en de inpassing. Deze twee aspecten worden dan ook verder belicht in dit hoofdstuk.
Het schooldomein (Maarten Van Den Driessche)
Onder het schooldomein verstaat men alle gebouwen die deel uitmaken van het patrimonium van de school, bijvoorbeeld ook een kapel, maar daarnaast ook de randen van het schoolterrein, de verschillende toegangen tot de school, … Aangezien in Vlaanderen de meeste scholen verbouwen in plaats van een heel nieuw schoolgebouw neer te planten, moet men zich de vraag stellen hoe het nieuwe zich kan of moet verhouden tot het bestaande. In deze bijdrage beschrijft de auteur verschillende modellen van scholensites en duidt hierbij op een aantal ruimtelijke strategieën.
Het gebouw (Greetje Lathouwers en Ilse Van Heddegem)
De auteurs gaan in deze bijdrage dieper in op de verschillende aspecten van een kwaliteitsvol (school)gebouw. Ze onderscheiden technische aspecten (materiaalkeuze, constructiewijze, duurzaamheid, …), functionele aspecten (bereikbaarheid, toegankelijkheid, ergonomie, …) en esthetische aspecten (uitstraling, cultuurhistorische waarde, integratie in de context, …). Als deze drie pijlers samengaan, is er sprake van architecturale kwaliteit. Bij het nastreven van kwaliteit, moet men ook inspelen op de hedendaagse ontwikkelingen die de kwaliteit van een leer- en leefomgeving bepalen. De auteurs staan daarom ook stil bij een aantal maatschappelijke evoluties zoals o.a. het creëren van een inclusieve omgeving waar alle leerlingen gelijke kansen krijgen om zich te ontwikkelen.
De kamer (Greetje Lathouwers en Ilse Van Heddegem)
Onder ‘kamer’ verstaan de auteurs lokalen of min of meer afgebakende ruimtes waaraan een bepaald gebruik is toegeschreven: klaslokalen, de werkplaatsen, de bibliotheek, … Ook hier zijn de technische, functionele en esthetische aspecten belangrijk en moet er kunnen ingespeeld worden op de maatschappelijke ontwikkelingen zodat een krachtige leer- en leefomgeving gecreëerd kan worden. Daarnaast onderzoeken de auteurs wat het belang is van kwaliteitsvol interieur op school door te kijken naar de verschillende kleurschema’s van een klaslokaal, de verlichting, enz.
Het boek biedt een checklist aan met àlle vragen die de school zich als bouwheer gedurende het bouwproces moet stellen. Dit praktische hulpmiddel wil scholen ondersteunen zodat ze mee de verantwoordelijkheid kunnen opnemen voor het construeren van een kwaliteitsvol schoolgebouw. Het boek eindigt met een korte epiloog geschreven door Paul Mahieu.
http://www.woltersplantyn.be/deschoolalsbouwheer





